Poker Jargon

Pokeraars hebben een eigen, internationale voertaal en specifieke benamingen, meestal in het Engels. Goed is om daarvan zeker de belangrijskte begrippen te weten. Want het is ook het jargon dat je zal tegenkomen op onze website, boeken en verschillende literatuur over pokeren.

 

A – G            H – O             P – Z

 

Play fast: agressief inzetten met een nog niet complete hand om, wanneer je die kaart hit, ook veel wint.

Pocket Cards: de twee dichte kaarten die je krijgt bij de eerste inzetronde, ook wel Hole Cards of Down Cards genoemd.

Pocket Pair: je twee dichte kaarten zijn een paar.

Pokerface: je gelaat verraadt niet wat er in je omgaat. Je laat niet zien of je teleurgesteld bent of het tegenovergestelde. Ook niet met je lichaamstaal, want die kan eveneens veel verraden.

Position: de positie die je tijdens het spel inneemt. Hoe later je aan de beurt bent, des te beter het is. De dealer heeft de beste positie, want hij is als laatste aan de beurt om te zeggen wat hij doet en kan het beste inschatten wat de anderen in hun handen hebben. De speler direct volgend op de Blindspelers heeft de slechte positie in het spel en zit under the gun. Hij moet als eerste beslissen wat hij doet. Zijn call, bet, raise of fold is een houvast voor de volgende spelers.

Pot-Limit Poker: wordt voornamelijk in de online poker rooms gespeeld. Het is minder riskant dan No-Limit Poker omdat de minimuminzet gelijk is aan die van Limit Poker. en de maximuminzet even groot is als de inhoud van de pot. Het vergt wel een iets andere tactiek. Zo kan je niemand dwingen om All-in te gaan, of er moet inmiddels al een flinke pot zijn gebouwd. Iemand wegspelen door agressief spel is bij Pot-Limit Poker nauwelijks mogelijk.

Pott Odds: de afweging of berekening die je maakt of je de bet moet callen. Anders gezegd: is het bedrag dat je moet inzetten het risico wel waard? Je berekent hoeveel kans je maakt dat de kaart of kaarten vallen die je nodig hebt. Zie hiervoor het voorbeeld bij Outs.

Preflop: de eerste inzetronde, nog voor de Flop. De Blindspelers zetten ongezien in en de andere spelers zetten in met enkel de Hole Cards (ook wel Down Cards of Pocket Cards genoemd) als referentie.

Q: de afkorting van de Vrouw.

Quads: een combinatie van vier gelijke kaarten. Een combinatie met vier Azen is de hoogste. Deze combinatie wordt ook wel Carré of Four of a Kind genoemd.

Raise: de eerdere inzet(ten) verhogen.

Ramming and Jamming: het alsmaar betten en raisen om zoveel mogelijk in de pot te krijgen. Dit heet ook Jammen.

River: de laatste en beslissende inzetronde. Met de River komt de vijfde en laatste open kaart op tafel. De spelers weten nu definitief waarmee ze de strijd aan kunnen gaan.

Roll: het geld dat je reserveert om mee te pokeren. Dit wordt ook wel bankroll genoemd. Bij professionals is dit hun werkkapitaal.

Rounder: een professionele rondreizende pokerspeler. De film Rounders, uit 1998, met onder anderen Matt Damon, heeft zeker bijgedragen aan de huidige populariteit van pokeren.

Royal Flush: de hoogste Straight Flush. Deze Flush bestaat uit de vijf hoogste opeenvolgende kaarten van een kleur, de Aas, Heer, Vrouw, Boer en 10.

Runner-runner: de Turn en de River zorgen ervoor dat je de winnende hand hebt. Ook bekend als Backdoor.

Running Pair: de twee laatste kaarten op tafel vormen een paar.

Rush: een, vaak kort, periode van onaantastbaarheid waarin je pot na pot wint, ongeacht welke kaarten je toegedeeld krijgt. Ook In the zone, On a Roll of Streak genoemd.

Second Bullet: na een Bet op de Preflop, een forse bet op de Flop.

Set: de combinatie van drie dezelfde kaarten. ook wel Trips of Three of a Kind genoemd.

Shark: iemand die alleen speelt om veel geld te winnen en vooral jaagt op de Fish.

Shorthand: pokeren met twee tot en met zes spelers.

Showdown: de spelers, behalve zij die gefold hebben, leggen na de River hun kaarten open op tafelen vergelijken die. De speler met de beste hand wint de pot. Als meerdere spelers de beste hand hebben, dan wordt de pot verdeeld.

Slow-play: een sterke kaart verhullen door aanvankelijk niets of weinig in te zetten.

Split pot: de pot wordt verdeeld onder twee of meer spelers.

Stack: de hoeveelheid Chips die je voor je hebt liggen.

Starthand: de twee dichte kaarten waar iedere speler mee begint. Deze kaarten zijn dicht voor de andere spelers, maar zelf mag je ze wel voorzichtig zien.

Straight (straat): de combinatie van vijf opeenvolgende kaarten, maar wel van een verschillende kleur.

Straight Flush: een serie van vijf opeenvolgende kaarten van een kleur, maar dan met een lagere rangorde. Deze serie bestaat bijvoorbeeld uit Heer, Vrouw, Boer, 10 en 9.

Sucker Straight: de verkeerde kant van de straat. Er ligt een Boer, 10, 9 en 8 en jij hebt de 7 in plaats van de Vrouw.

Suited: een kaart van dezelfde kleur.

Tell: bepaald gedrag ven een speler, waardoor je kunt inschatten wat voor kaarten hij heeft. Maar je kunt jouw kaarten natuurlijk ook zo verraden.

Three of a Kind: de serie die bestaat uit drie kaarten met dezelfde waarde. De hoogste Three of a Kind wordt gemaakt met drie Azen. Deze combinatie wordt ook wel aangeduid met Trips of Set.

Tight: de conservatieve speelwijze van een speler die alleen met goede handen speelt.

Tight-agressive: de weinige handen die je speelt, speel je zeer fanatiek.

Tilt: door slechte kaarten flink wat verliezen en van slag raken en daardoor slecht spelen. het advies is als je op tilt geslagen bent, om te stoppen en even te pauzeren.

Turn: de Turn is de derde inzetronde; de vierde kaart wordt op tafel gelegd.

Trips: de combinatie van drie dezelfde kaarten. Ook wel Set of Three of a Kind genoemd.

Underpair: Je Pocket Pair is lager dan de kaarten die op tafel liggen. Je hebt bijvoorbeeld 8 en 8 en op tafel ligt Heer, Boer en 9. De andere spelers kunnen dan met de kaarten on board zomaar een hoger paar maken.

Under the gun: de speler direct naast de Big Blind die als eerste moet zeggen wat hij doet. Dit is de slechte positie in het spel. Want jij weet nog niet wat de andere spelers gaan doen. De rest baseert op wat jij doet.